Ralph Waldo Emerson was niet zozeer een didactische schrijver, en nog minder een filosoof, een geletterde, of een wetenschapper… Hij was een dichter. Helder van geest en tegelijkertijd dronken met de wijn “die nooit in de buik van de druif groeide” bezat hij kristalheldere frisheid die deed denken aan koel en helder water dat uit een ondergrondse bron komt opborrelen.
Hij kon een boek schrijven op basis van een simpel en degelijk plan. Hij verkoos echter de bijna patroonloze vorm van zijn essays waarin hij niet afhankelijk was van een bouwkundige constructie, maar de kracht en virtuositeit van de aanhoudende ondertoon - waarop hij zijn intuïtieve overtuigingen berustte - tot uitdrukking kon brengen. Het natuurlijke plan zou zich ontwikkelen terwijl hij schreef: “Zeg het met al de kracht en gratie die jij bezit, en stop” - en: “schop dan de gehele constructie weg.”